De meeste rokers weten precies waarom ze willen stoppen: gezondheid, geld, de kinderen, de conditie. Toch lukt het vaak niet. Dat komt zelden door te weinig redenen. Het komt doordat de sigaret iets voor je doet dat je nog niet op een andere manier hebt geregeld.
De sigaret vervult een behoefte
Voor de een is roken een pauze op een drukke dag. Voor de ander een beloning, troost, iets te doen met je handen, of een manier om bij de groep te horen. In de gedragswetenschap heet dit de functie van gedrag. Gedrag dat een functie heeft, verdwijnt niet door het te verbieden. Het verdwijnt als die functie op een andere manier wordt vervuld.
Drie vragen om mee te beginnen
- Wanneer rook je? Schrijf een week lang elke sigaret op, met tijd en plek.
- Wat voelde je vlak ervoor? Onrust, verveling, stress, zin in een beloning?
- Wat gaf de sigaret je? Rust, een moment voor jezelf, gezelschap?
Na een week zie je een patroon. Dat patroon vertelt je welk type roker je bent en waar je aanpak moet beginnen.
Van patroon naar plan
Rook je vooral bij stress, dan heb je een nieuwe manier nodig om je lichaam tot rust te brengen, bijvoorbeeld ademhaling of zelfhypnose. Rook je vooral uit gewoonte, dan helpt het om vaste koppelingen te doorbreken, zoals koffie en sigaret. Rook je vooral sociaal, dan bereid je je voor op die momenten.
Wie stopt zonder te weten welke behoefte de sigaret vervulde, leunt alleen op wilskracht. Wie het wel weet, kan die behoefte gericht op een andere manier vervullen.
Doe de rokerstest en ontdek in twee minuten welk type roker je bent.